Onze leerlingen zitten in een fase van hun leven waarin veel verandert, zowel fysiek als mentaal. Dit kan invloed hebben op hun welbevinden. Indien een leerling extra ondersteuningsbehoefte heeft, kunnen de specialisten van het ondersteuningsteam ingeschakeld worden. Deze ondersteuning is erop gericht om leerlingen optimaal, maar ook maximaal, deel te laten nemen aan het reguliere programma.
6.1 Ondersteuningsstructuur
Afdelingsleider
De afdelingsleider is verantwoordelijk voor het pedagogisch-didactisch klimaat in de afdeling en voert het personeelsbeleid in zijn/haar afdeling. Deze is de direct leidinggevende van de mentoren en docenten en is eindverantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen de afdeling. De afdelingsleiders vormen samen met de rector en conrector de schoolleiding.
Mentor
De mentor is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders/verzorgers. De mentor is de spil in de begeleiding en richt zich op optimale studieprestaties. De mentor geeft mentortijd en ook bijna altijd les aan de mentorklas of -groep. Daarnaast heeft de mentor individuele gesprekken met leerlingen over de studievoortgang.
Er is minimaal een contactmoment in de week, namelijk de mentortijd. Tijdens deze mentortijd komen onderwerpen aan de orde die spelen in de mentorgroep. Maar ook plannen, organiseren en welbevinden zijn dan vaste onderwerpen van gesprek. Daarnaast is er op dinsdagmiddag een vaste tijd voor gesprekken tussen de leerling en mentor, tussen 13:00 – 13:30 uur.
Vakdocent
De vakdocent heeft zicht op wat zijn/haar leerlingen moeten kennen en kunnen op zijn vakgebied. Vanuit die deskundigheid richt de vakdocent het leerprogramma voor zijn vak in.
6.2 Leerlingpunt
Voor een compleet overzicht en juiste registratie van ongeoorloofde absenties, is het leerlingpunt ingericht. Het leerlingpunt houdt zich bezig met de volgende zaken:
- te-laat-meldingen
- verwerken van absenties
- leerlingen die spijbelen
- verwijderde leerlingen
- ziekmelden leerling gedurende de schooldag
- het ophaalpunt (aan het einde van de dag) voor ingenomen telefoon
Door het toezicht op deze ongewenste onderbrekingen van het leerproces te centraliseren zijn wij beter in staat om zicht te houden op de leerlingen en daarmee laten we de leerlingen ook zien dat we sterk betrokken zijn bij hun ontwikkeling en welbevinden.
Door een goede registratie signaleren wij vroegtijdig dat leerlingen risico lopen op achterstanden in hun studieprestaties. Zo kunnen wij ouders ook in een vroeg stadium informeren over ongewenste ontwikkelingen en betrekken hen bij -liefst gezamenlijke- oplossingen.
6.3 Leerlingcoördinator
De leerlingcoördinatoren ondersteunen de mentoren, docenten en de afdelingsleiders bij de dagelijkse gang van zaken rondom de leerling. De mentor blijft altijd het eerste aanspreekpunt. De leerlingcoördinator is het aanspreekpunt als het gaat om zaken die buiten de verantwoordelijkheid van de mentor vallen. De leerlingcoördinator zorgt voor het coördineren en uitvoeren van leerlingbesprekingen en zij kunnen disciplinaire maatregelen nemen bij blijvend ongewenst gedrag. De leerlingcoördinator heeft daar waar nodig ook contacten met externe hulpverlening op niveau van basisondersteuning.
6.4 Ondersteuningscoördinator (zorgcoördinator)
De ondersteuningscoördinator geeft leiding aan het ondersteuningsteam, is betrokken bij alle leerlingen die een vorm van extra ondersteuning krijgen of nodig hebben. De ondersteuningscoördinator is voorzitter van het Zorg Advies Team (ZAT). Zij werkt nauw samen met de ketenpartners, adviseert de schoolleiding en is verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit van de extra leerling ondersteuning op Park Lyceum.
6.5 Orthopedagoog
De orthopedagoog kijkt naar de ondersteuningsbehoefte(n) van de leerling. De orthopedagoog heeft expertise ten aanzien van orthodidactische problemen, (psycho)sociale en emotionele problemen, ontwikkelingsstoornissen en leerproblemen. Het is de taak van de orthopedagoog om de afdelingsleiders, leerlingcoördinatoren en zorgcoördinator inhoudelijk te adviseren ten aanzien van de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Als een diagnose is gesteld, kan de orthopedagoog op basis van de adviezen die voortvloeien uit het onderzoek, aanpassingen toekennen. Daarbij onderhoudt zij contacten met ouder(s)/verzorgers en indien van toepassing externe hulpverleners.
6.6 Counselor
De counselors zijn er voor leerlingen die vanwege een persoonlijk (sociaal-emotioneel) probleem kortdurende begeleiding nodig hebben. De counselor is een adviseur. De counselor zoekt samen met de leerling naar een oplossing. Mochten zij er niet uitkomen, dan kunnen de counselors aanraden advies in te winnen bij het zorg adviesteam en/of adviseren welke externe ondersteuning het beste geschikt is. Leerlingen kunnen zich aanmelden via de mentor of kunnen op eigen initiatief een mail sturen aan één van de counselors om een afspraak te maken.
6.7 Decaan
Op Park Lyceum zijn er drie decanen die verantwoordelijk zijn voor bepaalde afdelingen/leerjaren.
De decaan begeleidt leerlingen in leerjaar 2 en/of 3 met de profielkeuze voor de bovenbouw, samen met de mentor. In havo 4 en mavo 3 is de begeleiding vooral gericht op het kiezen van een geschikte vervolgopleiding. Zo geeft de decaan informatie en organiseert voorlichtingsmomenten en stageweken. Leerlingen kunnen, eventueel met hun ouders/verzorgers, terecht bij de decaan voor een gesprek over de profiel- of studiekeuze. In havo 4 gaat het onder andere over de AEL-stage en in mavo 3 Almere On Stage.
6.8 Dyslexie en dyscalculie
Op Park Lyceum stemmen wij ons aanbod af op leerlingen met dyslexie. De training die wij deze leerlingen bieden richt zich daarom vooral op aanpassingen en ermee om leren gaan.
De leerling kan contact opnemen of wordt door de mentor in contact gebracht met de orthopedagoog. Deze bepaalt samen met de leerling welke ondersteuning de leerling het beste kan helpen om optimaal deel te nemen aan de lessen.
Wanneer er bij een leerling dyscalculie is vastgesteld, biedt Park Lyceum conform de richtlijnen van het CvTE de mogelijkheid tot tijdverlenging bij toetsen, het gebruik maken van rekenkaarten bij toetsen (Rekenkaart en centrale examens | 2024 | Examenblad.nl), en het gebruiken van de rekenmachine in de les en bij toetsen.
Zie hier ons Dyslexiebeleid.
6.9 Zorg Advies Team (ZAT)
Soms loopt een leerling vast in zijn of haar schoolloopbaan, omdat het welbevinden ernstig wordt gehinderd door omstandigheden. De leerling kan dan in het ZAT besproken worden. Het ZAT adviseert over de aanpak van de ingebrachte problematiek, het advies wordt ingewonnen wordt vanuit verschillende disciplines. Deelnemers aan het ZAT: jeugdverpleegkundige, Jongeren maatschappelijk werker JGZ, jeugdagent, Systeemtherapeut ggz centraal, jeugdarts, Leerplichtambtenaar en consulent Passend Onderwijs.
6.10 Passend Onderwijs
Het vormgeven van passend of “inclusief” onderwijs is een gezamenlijke taak van docenten, mentoren, leerlingcoördinatoren en ondersteuners. “Inclusief” betekent voor ons dat wij ernaar streven dat al onze leerlingen deelnemen aan het reguliere schoolleven. Dat doen we door rekening te houden met de verschillende kenmerken die onze leerlingen ten opzichte van elkaar onderscheiden. Soms zijn aanpassingen voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften zinvol. De Begeleider Passend Onderwijs op Park Lyceum geeft extra ondersteuning aan individuele leerlingen, adviseert bij trajecten die vastlopen, biedt psycho-educatie voor docenten en mentoren (bijvoorbeeld groepsdynamica), neemt deel aan verschillende leerling-overleggen en werkt samen met externe hulpverleners.
Bij extra ondersteuning in de vorm van individuele leerlingbegeleiding wordt de invulling van de ondersteuning mede afgesproken met de leerling, ouders en de orthopedagoog op school, en vastgelegd in een ontwikkelingsperspectief (OPP). Het OPP wordt met leerlingen en ouders besproken en jaarlijks geëvalueerd. De input van ouders en leerlingen wordt verwerkt in het OPP en gedocumenteerd.
Park Lyceum is onderdeel van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Almere. Hier kunt u meer lezen over het Samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband organiseert ook een Ouder- en Jeugdsteunpunt. Bijvoorbeeld voor vragen over extra ondersteuning op school, of als je zorgen hebt over de ontwikkeling van je kind in de klas. In de eerste plaats kun je daarvoor terecht bij school. Is dat niet voldoende of wil je graag iemand buiten school raadplegen? Neem gerust contact op met het Ouder- en Jeugdsteunpunt. De medewerkers van het steunpunt zijn onafhankelijk, kennen de weg in het onderwijs in Almere en denken met je mee in oplossingen.
6.11 Externe partners
Schoor jongerenwerk
Schoor jongerenwerk is aanwezig op de school voor leerlingen om vragen te stellen. Ze dienen als contactpersoon en vraagbaak en leggen de verbinding tussen de buurt en de school. De jongerenwerkers zijn aanwezig op maandag en donderdag.
Halt
Vanaf dit schooljaar zal er een Halt-medewerker eens in de twee weken aanwezig zijn op school.
De Halt-medewerker is een vast gezicht op school, die kan inspringen op het moment dat de school het nodig acht. Zo kan Halt na een incident in de klas bijvoorbeeld een voorlichting geven, een klassendialoog organiseren of een leerling aanmelden bij het spreekuur. Daarnaast is de Halt-medewerker een makkelijk te herkennen aanspreekpunt voor zowel leerling als docent. Het Halt schoolspreekuur is gericht op het vroegtijdig aanpakken van grensoverschrijdend gedrag bij leerlingen.
Op het moment dat de school het nodig acht om een leerling aan te melden bij het Halt-spreekuur, zal er voorafgaand toestemming gevraagd worden aan de ouders/verzorgers van de leerling.
6.12 Huiskamer
Huiskamer R05 De huiskamer is bedoeld om te dienen als een rustige, prikkelarme plek voor leerlingen, voornamelijk in pauzes en tussenuren, en soms ook onder of na lestijd. De huiskamer kan worden ingezet om overprikkeling en uitval te voorkomen. De huiskamerbegeleiding is geen los element, maar een geïntegreerd onderdeel van het begeleidingssysteem binnen de school en wordt in het intern ondersteuningsoverleg of ZAT besloten en vastgelegd in een OPP of huiskamerformulier. De begeleiding wordt gedaan door de sociaalpedagogisch medewerker. Leerlingen worden gefaciliteerd en afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte ook ondersteund bij het maken van huiswerk en het organiseren van schoolse materialen, het stellen van hulpvragen aan docenten, en het oplossen van conflicten met docenten en leeftijdgenoten. Het doel is steeds het vergroten van de zelfstandigheid. Er zijn twee situaties waarin leerlingen gebruik kunnen maken van de huiskamer:
- Een leerling is overstuur en komt zelf binnenlopen bij R05. De sociaalpedagogisch medewerker schat in wat nodig is en verwijst de leerling hierna naar de mentor en/of leerling coördinator.
- De leerling maakt er gebruik van conform de voor hem of haar geldende afspraken zoals vastgelegd in diens huiskamerformulier of OPP.
De sociaalpedagogisch medewerker meldt in SOM wanneer een leerling gebruik maakt van R05. Wanneer een leerling langer dan een week gebruik maakt van de huiskamer zonder OPP, moet er een gesprek georganiseerd worden met ouders, leerling, de mentor, leerling coördinator/afdelingsleider, sociaalpedagogisch medewerker en orthopedagoog waarin afspraken gemaakt worden over het gebruik van de huiskamer en wordt dit vastgelegd in een OPP of het huiskamerformulier.
6.13 Ondersteuningslokaal
Het ondersteuningslokaal is gericht op leerlingen met een stoornis binnen het autistisch spectrum (of met een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte) op niveau mavo. De ondersteuning wordt ingezet om te voorkomen dat leerlingen bij problemen op school naar huis gaan en hierdoor lessen missen. Het ondersteuningslokaal wordt tevens ingezet om uitstroom naar het VSO te beperken. De ondersteuning gebeurt vóór, tijdens of na de lessen, maar kan ook in de klas plaatsvinden. De begeleiding is geen los element, maar een geïntegreerd onderdeel van het begeleidingssysteem binnen de school en wordt vastgelegd in een OPP en geregistreerd bij het Samenwerkingsverband. De begeleiding wordt gedaan door de traject begeleider van het ondersteuningslokaal met kennis van en ervaring met de doelgroep. Voor de dagelijkse extra ondersteuning is er een eigen ruimte binnen de school (R07). Leerlingen worden ondersteund bij het maken van huiswerk en het organiseren van schoolse materialen en schoolwerk, het stellen van hulpvragen aan docenten, het bieden van een rustige prikkelarme plek voor pauzes of verminderen van overprikkeling of het maken van toetsen. Het doel zal steeds zijn het vergroten van de zelfstandigheid.
6.14 Grenzen aan onze ondersteuning
Wij kunnen niet alle leerlingen in alles ondersteunen en geven onze grenzen aan daar waar nodig. Indien bij onderstaande indicatoren voor goed schools-functioneren op meerdere gebieden uitval gezien wordt, zal er zorg ontstaan over de wenselijkheid dat de schoolloopbaan op Park Lyceum voortgezet kan worden.
- Leerling is in staat om het diploma te behalen. Leerlingen met een basisschooladvies lager dan een mavo advies worden niet op Park Lyceum geplaatst.
- Leerling houdt zich aan normale schoolafspraken wat betreft cijfers, gedrag en huiswerk.
- Leerling dient te kunnen omgaan met de fysieke omgeving van de school: drukte in de gangen, trappen en in de aula, met vele docenten, meerdere leswisselingen per dag en zaken als lesuitval.
- Leerling is in staat om veiligheid voor zichzelf en anderen te waarborgen en verstoort niet het welzijn en de voortgang van andere leerlingen.
- Leerling is in staat om meer en meer probleemoplossend te handelen (mag wel een groeiproces zijn). Dit betekent dat problemen bespreekbaar moeten kunnen zijn. Leerling moet zijn eigen rol, met inbegrip van zijn beperking kunnen zien en bij problemen een actieve rol richting een oplossing in kunnen nemen.
- Leerling is in staat om zich aan gemaakte afspraken (gaat om door school en leerling samen gestelde haalbare doelen binnen een bepaalde termijn) te houden. • Leerling is in staat in een probleemsituatie zelf meer en meer aan te geven dat een time-out nodig is (dit moet dan reeds een gemaakte afspraak zijn). Dat dit nodig is geweest zal de leerling zelf melden aan zijn mentor. Ook de docent moet aan deze leerling een time-out geven als dat noodzakelijk is.
- Leerling kan zijn eigen beperking erkennen en accepteren in een mate dat hij in staat is over probleemsituaties te reflecteren, rekening houdend met zijn eigen beperking. Hierbij hoort dat een leerling in staat moet zijn, zijn beperking te bespreken in de klas (met hulp van mentor of ambulant begeleider).
- Leerling is in staat relaties te onderhouden met een aantal klasgenoten, docenten en medewerkers van school. Beide hierbij rekening houdend met de moeilijkheden die een leerling hierin ervaart als gevolg van de beperking.
- Leerling moet een groei en ontwikkeling doormaken passend bij de leeftijd (denk hierbij aan zelfstandigheid ontwikkelen, verantwoordelijkheden nemen en dergelijke). De mate van groei die je verwacht, kan aangepast worden aan de beperkingen van de leerling.
- Leerling moet volgens medisch protocol ondersteund kunnen worden. Wij mogen als school niet verantwoordelijk gesteld worden voor het beheer en innemen van medicatie
- 6.1 Ondersteuningsstructuur
- 6.2 Leerlingpunt
- 6.3 Leerlingcoördinator
- 6.4 Ondersteuningscoördinator (zorgcoördinator)
- 6.5 Orthopedagoog
- 6.6 Counselor
- 6.7 Decaan
- 6.8 Dyslexie en dyscalculie
- 6.9 Zorg Advies Team (ZAT)
- 6.10 Passend Onderwijs
- 6.11 Externe partners
- 6.12 Huiskamer
- 6.13 Ondersteuningslokaal
- 6.14 Grenzen aan onze ondersteuning